Computercriminaliteit, cybercriminaliteit of cybercrime is criminaliteit met ICT als middel én doelwit. De meeste telefoons en bankpassen bevatten computerchips, die kunnen eveneens worden gemanipuleerd door cybercriminelen. Maar ook bedrijfssystemen, moderne auto’s en chipkaarten zijn vatbaar voor cybercrime. Voor het plegen van cybercriminaliteit gebruiken criminelen speciale apparatuur en software. Daarom hanteert de politie voor de opsporing van cybercriminaliteit op haar beurt ook geavanceerde middelen en technieken.

Cybercriminaliteit betreft onder andere terrorisme, fraude en kinderporno en duikt sinds de jaren tachtig op wegens de doorbraak van de communicatie- en informatietechnologie. In 2001 ondertekenden de lidstaten van de Raad van Europa, de Verenigde Staten, Canada, Japan en Zuid-Afrika het zogenaamde cybercrimeverdrag of, in het Engels de Convention on Cybercrime.

Computercriminaliteit kan zowel in brede als in enge zin gedefinieerd worden.

Computercriminaliteit in brede zin betreft misdrijven waarbij computers of netwerken een rol spelen.
Computercriminaliteit in enge zin betreft misdrijven die niet zonder tussenkomst of gebruik van computers of netwerken gepleegd kunnen worden.
Bij de brede definitie is de rol van computers of netwerk een onderdeel van het misdrijf. Het nadeel is het feit dat er onbedoeld allerlei ‘gewone’ misdrijven van toepassing zijn, doordat die toevallig met een computer gepleegd zijn. Bij het inbreken in een computernetwerk is het gebruik van ICT essentieel, dit is niet mogelijk zonder computers en netwerken. Ook het verstoren van de werking van een computer of het vernielen van elektronische gegevens wordt beschouwd als computercriminaliteit.

Computercriminaliteit wordt ook omschreven als het gebruik van cyberspace voor criminele doeleinden. Dit is echter een te beperkte omschrijving.

Wikipedia